maandag 21 maart 2016

Iedereen beter

Als Vertrouwenspersoon hoor ik nogal eens wat. 
Het zijn vaak vragen, maar ook veel persoonlijke verhalen. Verhalen die je niet even in de organisatie neer wil leggen. Verhalen die zo diep gaan, dat je niet weet wie je daarin kan vertrouwen. Zeker in deze tijd. Waarin organisaties snel veranderen. Waarin je regelmatig een andere leidinggevende krijgt. Waarin de collega's en jij schuiven, van team naar team. Waarin je je onzeker voelt, over vertrouwen en jouw baan.
Daarom is een externe bron zo welkom. Iemand die niets van je hoeft. Iemand waarbij het werk niet de boventoon voert. Iemand waar je jouw verhaal aan kwijt kunt, zonder dat je over gevolgen na hoeft te denken.
Waarom zou je deze externe Vertrouwenspersoon in willen schakelen? Omdat het niet lekker loopt. Omdat je niet functioneert zoals je zou willen. Omdat je je niet ziek wilt melden. Maar vooral omdat je je hart eens wilt luchten.
Waarom kiest een organisatie voor een externe Vertrouwenspersoon?
Om de onafhankelijkheid te garanderen. Om de meldingen zuiver te benaderen. En om er zelf beter van te worden. Ziekmeldingen kunnen voorkomen worden, situaties opgelost en de productiviteit verbeterd. 
De werkgever hoeft de persoonlijke verhalen niet te kennen om toch goede zorg te verlenen. De werkgever is gebaat bij het vertrouwen van de werknemers. Het vertrouwen in de organisatie en het vertrouwen in de werkomgeving. 

En voor dat vertrouwen ben ik er. De melder belt mij en we gaan op zoek naar een uitkomst. Een uitkomst die de melder zelf aan kan en die de werkgever kan garanderen. Soms een kleine stap, een enkele keer een signaal. Maar altijd een roep om opluchting. Opluchting omdat er geluisterd wordt, begrip getoond en een handvat aangereikt. Opluchting omdat het gesprek (weer) op gang komt. Of omdat er weer gesproken kan worden, met elkaar. Vaak ook opluchting omdat men het niet allemaal zelf hoeft te doen, het lastige verhaal kwijt kan.
Opluchting ook bij de werkgever. Een kleine, maar belangrijke inzet om ziekmeldingen te voorkomen. Een teamlid, die weer volop functioneert. En personeel wat weer blij naar het werk komt.
Zo zie je maar; een kleine toevoeging, aan de organisatie, kan veel opleveren. Voor zowel mens als de organisatie. Ik zeg niet voor niets:

VAN MIJN WERK WORDT IEDEREEN BETER.

IKcc voor mens en organisatie.

 




maandag 7 maart 2016

Link

Het verhaal is verteld. De reden waarom mijn hulp is ingeroepen, duidelijk. De te nemen stappen zijn besproken. Het lijkt klaar.
Toch hangt er iets tussen ons in. Twee vragende ogen staren mij aan, in de stilte. Ik zoek naar een link. Een link die er niet is. Geen, in blauw, geschreven regel met een streep eronder. Geen mogelijkheid om er op te klikken en het verhaal popt op. Geen digitaal dossier, wat snel te openen is. Geen mond die vanzelf begint te praten. Hier zou het kunnen stoppen. 
Als ik die vragende ogen niet zou zien en de hangende schouders zou ontkennen, dan nog heb ik mijn werk goed gedaan. De vertrouwenspersoon heeft geluisterd, gezocht naar de mogelijkheid en de gang van zaken besproken. De melder kan weer door.
Ergens roept mijn eigenwijze, grijze 'ik' mij hard in de oren. Er is meer! Dit kon de melder ook best zelf bedenken. Waarom nu dan niet? Waarom dan toch die vertrouwenspersoon erbij? Dit zo afhandelen zou te makkelijk zijn. Toch op zoek naar die link...
Ik begin maar over mezelf. Mijn achtergrond. Waarom ik dit werk doe. Dat ik blij ben met mijn onafhankelijkheid en, tenslotte, over mijn kinderen. Dat ik ze net zo leuk vind als lastig. Dat ik van ze houd, maar ook uitzie naar een moment alleen. En daar verandert de vraag in de ogen tegenover mij. De blik wordt donker en vertwijfeld. In een digitaal stuk begint hier de blauwe zin met een streep eronder...
Ik geef de juiste klik, door de juiste vraag te stellen. En daar begint het verhaal. Een half uur lang hoef ik niets te zeggen. Een half uur lang verwonder ik me over de melder tegenover mij. Een half uur lang sta ik niet op om het licht, in de schemerende kamer, aan te doen. Een half uur lang wil ik dit niet onderbreken.
Ik ben onder de indruk van de melder, van het verhaal en van het vertrouwen wat ik krijg. Dit is allang geen gesprek meer tussen een melder en de vertrouwenspersoon. Dit is een gesprek tussen twee ouders, waarvan er eentje toevallig een vertrouwenspersoon is. Ik schiet heen en weer tussen mijn persoonlijke inbreng en mijn professionele benadering. De moeder in mij wil troosten en zorgen. De professional luistert, geeft advies en stelt heel veel vragen. Het is een lang, indringend gesprek. Voor beiden.
Af en toe schiet het door mijn hoofd dat ik wel erg ver ga, in dit gesprek. Ik zit in het grijze gebied van de vertrouwenspersoon. Dat gebied waar geen grens op zit. Alles heeft te maken met het goed of niet kunnen functioneren van mijn melder. Als dit verhaal blijft liggen kan de melder wel weer even door met het werk, maar de vraag is; hoe lang? Mijn intu├»tie, in het begin, was goed. Het advies was het juiste. Nu pas weet ik waarom. Nu pas heb ik de noodzaak gehoord. Nu is er de bevestiging van het nut van het grijze gebied.
Een volgende keer, als ik merk dat er iets blijft hangen in een gesprek, ga ik met volle overtuiging weer op zoek naar die link. Probeer ik te zoeken waar ik op moet klikken om het achterliggende verhaal te ontdekken. Pas dan help ik mijn melder niet alleen door, maar vooral ook verder.

www.IKcc.services